Heb je pijn in je schouder wanneer je je arm optilt, bijvoorbeeld tijdens het sporten, aankleden of boven je hoofd werken? Dan kan het zijn dat je last hebt van het subacromiaal pijnsyndroom (SAPS). Dit is de meest voorkomende schouderblessure bij volwassenen (80% van alle schouderklachten).
1. Wat is SAPS?
In de ruimte onder het schouderdak (de subacromiale ruimte) lopen allerlei structuren zoals pezen van de rotator cuff en een slijmbeurs (bursa). Als er te weinig ruimte is of deze structuren geïrriteerd raken, kan dat pijn geven bij het bewegen van de arm, vooral bij heffen of reiken.
SAPS is eigenlijk een verzamelnaam voor verschillende schouderproblemen, zoals een slijmbeursontsteking (bursitis), peesirritatie (tendinitis of tendinose) of beginnende slijtage van de peesmanchet.
2. Hoe ontstaat het?
Door herhaalde belasting of een verkeerde houding kan de ruimte onder het schouderdak wat nauwer worden. De pezen en slijmbeurs komen dan letterlijk klem te zitten bij het heffen van de arm, dat noemen we een impingement. Ook zwakke schouderspieren, een stijve nek of rug, of langdurig werk boven schouderhoogte kunnen bijdragen aan deze klachten.
3. De rol van belasting en belastbaarheid
Een belangrijke oorzaak van SAPS is een disbalans tussen belasting en belastbaarheid van de schouder. Dat kan zowel door overbelasting als onderbelasting komen.
3a. Overbelasting – te veel van het goede
Bij overbelasting krijgt de schouder meer te verduren dan hij aankan. Denk aan veel herhaalde of zware bewegingen, zoals boven je hoofd werken, sporten of tillen zonder voldoende hersteltijd. De pezen en slijmbeurs raken geïrriteerd, waardoor pijn ontstaat bij het heffen of bewegen van de arm.
3b. Onderbelasting – te weinig prikkels
Aan de andere kant kan ook te weinig gebruik van de schouder voor klachten zorgen. Door inactiviteit of het vermijden van beweging worden de spieren rond het schouderblad en de rotator cuff zwakker. De schouder verliest controle en stabiliteit, waardoor structuren sneller geïrriteerd raken bij gewone bewegingen. Beweging is dus juist nodig om de schouder gezond te houden.
4. Risicofactoren
Zowel werk als persoonlijke factoren spelen een rol:
- Werkgerelateerd: veel herhaalde armbewegingen, slechte werkhouding, stress, hoge werkdruk of weinig controle over je werkzaamheden.
- Persoonlijk: leeftijd, geslacht, algehele fitheid en hoe je omgaat met pijn en stress.
5. Hoe voelt het?
De pijn zit meestal aan de buitenkant of bovenkant van de schouder, en neemt toe bij activiteiten boven schouderhoogte, zoals tillen of haren kammen. Soms straalt de pijn uit naar de bovenarm en voelt de schouder stijf of zwak aan. Vaak is de pijn zeurend of stekend van aard.
6. Behandeling
Het doel van de behandeling is om de pijn te verminderen en de schouder weer soepel en sterk te maken. Vaak bestaat dit uit:
- Oefentherapie: gericht op houding, mobiliteit en spierkracht van de schoudergordel.
- Aanpassen van belasting: tijdelijk minder provocatieve handelingen (vaak bovenhandse bewegingen).
- Eventueel aanvullende behandelingen: zoals mobilisaties, tape of dry needling (afhankelijk van de situatie).
Met de juiste begeleiding herstellen de meeste mensen goed van SAPS, maar het vraagt in het algemeen wel wat geduld en consistentie.

