Kniepijn aan de voorzijde: het stille gevolg van ketenproblematiek
Heb je weleens pijn aan de voorkant van je knie, vooral bij traplopen, fietsen of lang zitten? Dan ben je zeker niet de enige. Deze klacht, in de medische wereld anterieure kniepijn genoemd, komt vooral voor bij jonge, actieve mensen tussen de 15 en 30 jaar. De klachten worden vaker gezien bij vrouwen dan bij mannen (1,3).
1. Waarom komt anterieure kniepijn vaker voor bij vrouwen?
Uit onderzoek blijkt dat vrouwen vaker anterieure kniepijn ervaren dan mannen. Dat komt deels door anatomie: vrouwen hebben vaak een iets bredere heupstand (bekken), wat de zogenaamde knievalgushoek vergroot. Daardoor komt er meer druk aan de voorkant van de knie te staan en dat kan pijnklachten veroorzaken (1).
2. Wat gebeurt er eigenlijk in de knie?
In het midden van de knie zit de patella (knieschijf). Dit kleine botje ligt als een soort “drijvend steentje” in de pees van de bovenbeenspier (quadriceps). Wanneer je je knie buigt, bijvoorbeeld bij traplopen of squatten, komt er extra druk op de knieschijf te staan (7).
Vooral het patellofemorale gewricht – het contactvlak tussen knieschijf en bovenbeen – krijgt het dan zwaar te verduren. Bij sommige mensen is dit gewricht wat instabieler, wat de kans op pijn vergroot (7).
3. De Q-hoek: kleine hoek, groot effect
Een belangrijk detail bij anterieure kniepijn is de zogenaamde Q-hoek. Dit is de hoek tussen de bovenbeenspier (quadriceps) en de pees van de knieschijf. Bij veel mensen is die ongeveer 20 graden. Een grotere Q-hoek kan ervoor zorgen dat de knieschijf iets naar buiten wordt getrokken. Dat betekent: meer wrijving, meer druk en dus meer kans op pijn (7).
4. De ketenmechaniek: het echte probleem zit vaak niet alleen in de knie
Anterieure kniepijn ontstaat vaak niet alleen door een lokaal knieprobleem, maar door verstoringen in de bewegingsketen. De knie functioneert als “tussenstation” tussen heup en enkel en reageert op afwijkingen boven- of onderliggend.
Kort gezegd: een disbalans in heup- of enkelmobiliteit en -stabiliteit verandert de kniebelasting en kan zo bijdragen aan anterieure kniepijn (7).
4a. De rol van de heup
Bij anterieure kniepijn zijn de heupspieren en heupmobiliteit van grote invloed. Als de heupspieren te zwak zijn of niet goed samenwerken, kan dat de stand van de knie beïnvloeden. De mobiliteit kan bovendien de Q-hoek beïnvloeden.
Dit wordt ook wel een patellofemorale malalignment genoemd: een verkeerde uitlijning tussen knieschijf en bovenbeen. Sterke bil- en heupspieren zijn dus belangrijk om de knie goed te laten functioneren (3).
4b. De rol van de enkel
Een beperkte dorsaalflexie (het omhoog bewegen van de voet richting het scheenbeen) komt vaak voor na een enkelblessure of door stijve kuitspieren. Wanneer de enkel minder goed kan buigen, gaat het lichaam dit compenseren in andere gewrichten, vooral in de knie.
Het verbeteren van de enkelmobiliteit met gerichte oefeningen, zoals kuitstretching en enkelmobilisaties, kan helpen om de belasting op de knie te verminderen en klachten te voorkomen (4).
5. Typische klachten bij anterieure kniepijn
Anterieure kniepijn herken je vaak aan een zeurende pijn aan de voorkant van de knie, die erger wordt bij:
- Traplopen (vooral naar beneden)
- Squatten of hurken
- Fietsen
- De koppeling intrappen (bijvoorbeeld in fileverkeer)
- Hakken dragen
- Langdurig zitten met gebogen knieën (het zogenaamde theaterfenomeen)
Sommige mensen ervaren ook een gevoel van instabiliteit, alsof de knie even “wegzakt”, vooral bij (trap)lopen (3).
6. Gaat anterieure kniepijn vanzelf over?
In de studie van Rathleff et al. (2016) worden 127 volwassen patiënten twee jaar gevolgd na het diagnosticeren van patellofemorale pijn. Wat bleek na de follow-up: 55% van deze groep had nog steeds patellofemorale pijn.
Dit betekent dat de kans groot is dat de pijn niet self-limiting is. Helaas gaat het in de meeste gevallen dus niet vanzelf over.
Gelukkig kun je veel verbeteren met de juiste oefeningen en houding. Denk aan:
- Het versterken van de heup- en bovenbeenspieren
- Het verbeteren van de heup- en enkelmobiliteit
- Werken aan je houding en looppatroon
- Het rustig opbouwen van sportbelasting (2,5,6)
7. Oefeningen bij anterieure kniepijn
1. 90/90 vanuit de heup
Neem een zittende positie aan met uw rug recht, uw benen wijd gespreid en uw knieën gebogen. Laat beide knieën rustig naar één kant zakken tot u in een 90/90-positie bent. Ga terug naar de startpositie en herhaal aan de andere kant.
Uitvoering: Voer dit 3 keer per dag uit. Per sessie 20 herhalingen totaal met 5 seconden vasthouden in de eindstand.
2. Lunges
Maak een grote pas vooruit met uw aangedane been. Laat uw heupen recht naar beneden zakken tussen beide voeten. Buig beide benen en heupen zo dat uw knieën in 90 graden gebogen zijn, uw achterste hiel van de grond komt en het scheenbeen van uw voorste been verticaal is. Duw uzelf terug omhoog in de beginpositie en herhaal.
Let op dat uw knieën altijd recht naar voren buigen, over uw tenen.
Uitvoering: Voer 1 keer per dag uit. Begin met 3 sets van 6 herhalingen en voer de oefening rustig uit. Bij pijn kunt u de beweging minder diep maken.
3. Asymmetrische squat
Ga rechtop op een stoel zitten en positioneer uzelf vervolgens op het randje van de stoel. Plaats uw voeten op heupbreedte, maar zet uw onaangedane voet net iets verder naar voren dan de andere voet. Vouw uw armen over elkaar zodat u zichzelf niet met uw armen omhoog kunt duwen.
Leun met uw lichaam naar voren en zet uzelf met uw benen af naar een staande positie. Als u merkt dat dit goed gaat, kunt u uw onaangedane voet iets verder naar voren zetten voordat u omhoog komt.
Uitvoering: Voer 1 keer per dag uit. Begin met 3 sets van 6 herhalingen en voer de oefening rustig uit. Bij pijn kunt u het been dichterbij plaatsen voor meer ondersteuning.
4. Calf raise
Sta op een step met de bal van uw voet. Het achterste twee derde deel van uw voet hangt over de rand van de step. Stabiliseer en controleer uw lichaam met uw vingertoppen op een muur of ondersteunend oppervlak.
Kom op uw tenen staan en verplaats uw gewicht naar de tenen van het aangedane been. Houd uw voet stabiel en recht. Houd dit kort vast en zak dan rustig naar beneden met een gecontroleerde beweging, waarbij uw voet recht blijft tijdens de oefening.
Uitvoering: Voer 1 keer per dag uit. Begin met 3 sets van 6 herhalingen en voer de oefening rustig uit. Bij pijn kunt u de beweging met twee benen tegelijk doen.
Conclusie
Anterieure kniepijn is vaak het gevolg van ketenproblematiek en dus meer dan alleen een lokaal knieprobleem. Door gericht te werken aan heup- en enkelmobiliteit, spierkracht en belastbaarheid, kun je de klachten aanzienlijk verminderen.
Blijf je klachten houden? Neem dan contact op met een fysiotherapeut voor een persoonlijk behandelplan.
8. Literatuurlijst 1. Fulkerson, J. P., & Arendt, E. A. (2000). Anterior Knee Pain in Females. Clinical Orthopaedics and Related Research, 372, 69–73. 2. Heintjes, E. M., Berger, M., Bierma-Zeinstra, S. M., Bernsen, R. M., Verhaar, J. A., & Koes, B. W. (2003). Exercise therapy for patellofemoral pain syndrome. In Cochrane Database of Systematic Reviews. John Wiley & Sons, Ltd. 3. Sanchis-Alfonso, V. (2014). Holistic approach to understanding anterior knee pain. Clinical implications. Knee Surgery, Sports Traumatology, Arthroscopy, 22(10), 2275–2285. 4. Vallotton, J. (2010). Clinical examination of the patellofemoral patient. In: Zaffagnini S, Dejour D, Arendt EA (eds) Patellofemoral pain, instability, and arthritis. In: Zaffagnini S, Dejour D, Arendt EA (eds) Patellofemoral pain, instability, and arthritis. Springer, Berlin, 2010, 41–49. 5. van der Heijden, R. A., Lankhorst, N. E., van Linschoten, R., Bierma-Zeinstra, S. M., & van Middelkoop, M. (2015). Exercise for treating patellofemoral pain syndrome. In Cochrane Database of Systematic Reviews (Vol. 2017, Issue 6). John Wiley and Sons Ltd. 6. van Linschoten, R., van Middelkoop, M., Berger, M. Y., Heintjes, E. M., Verhaar, J. A. N., Willemsen, S. P., Koes, B. W., & Bierma-Zeinstra, S. M. (2009). Supervised exercise therapy versus usual care for patellofemoral pain syndrome: An open label randomised controlled trial. BMJ (Online), 339(7728), 1010–1013. 7. Verhaar, J. N., & Van Mourik, J. (2008). Quintessens - Orthopedie (2de editie). Bohn Stafleu van Loghum. bladzijde 400 - 405

